Hygiëne van automatische melksystemen voor biggen

Gepubliceerd op: 02-03-2018

Hygiëne blijft een belangrijk verbeterpunt voor automatische melksystemen. Maar wat is nu de juiste procedure voor een goede reiniging en met welke producten?

Als eerste dient te worden opgemerkt dat bij de aanleg van veel melksystemen voor biggen niet goed nagedacht is over de lengte van het betreffende systeem. Dit heeft vooral te maken met de lengte van het circuit en daarmee samenhangend de inhoud van het circuit. Een lang circuit heeft veel inhoud met als gevolg veel oude melk in het systeem ten opzichte van de nieuwe melk die aangemaakt wordt. Oude melk zal op deze wijze de nieuwe melk meteen besmetten met bacteriën, schimmels of gisten en is minder smakelijk wat de opname negatief beïnvloedt. Tegenwoordig kunnen we systemen wel aanpassen en de circuit lengtes verkorten door het gebruik van slimme pompen. Goede melk bevat een conserveringsmiddel dat zorgt voor meer stabiliteit in het systeem. Daarmee is meteen duidelijk dat er wel degelijk onderscheid is in geschiktheid dan wel de kwaliteit van een melk voor automatische systemen. Uiteraard doet een type melk niks af aan een goede reiniging, maar het draagt wel degelijk bij aan een goede hygiëne van het systeem. Als melk niet de juiste conservering bevat dan krijgen bacteriën, schimmels en gisten meer kans en zal er een biofilm ontstaan in de leidingen. Daarnaast is het een gevaar dat verontreinigde melk alle biggen kan besmetten en dat willen we uiteraard voorkomen. Belangrijk is als eerste met een reiniging te starten die de biofilm uit de leiding verwijderd. In deze biofilm bevinden zich oa vetten en eiwitten uit de melk die een voedingsbodem voor bacteriën en gisten zijn. Daarom is het belangrijk dat de biofilm goed wordt verwijderd uit het systeem.

Voor het goed verwijderen van een biofilm dienen aan twee voorwaarden te worden voldaan, 1. Een watertempratuur van minimaal 35 tot 40 graden (ook aan het einde van het circuit!),omdat dit vaak niet gehaald wordt of eenvoudig weg niet mogelijk is zal er gereinigd moeten worden met middelen die met lage temperaturen ook nog hun werking hebben. 2. Een sterk alkalisch middel. Het reinigingswater moet een ph waarde hebben van minimaal 12 wil het een effect hebben op de biofilm. Daarnaast gebeurt het vaak dat de tempratuur gemeten aan het einde van het circuit geen 35 tot 40 graden haalt dan is het dus wenselijk om een ander middel te gebruiken. Hierdoor kan de biofilm niet goed oplossen en ontstaat er een permanente vervuiling. Er wordt helaas te vaak gereinigd met verkeerde (niet geschikte) reinigingsmiddelen. We zien bij grote regelmaat dat er gereinigd wordt met reinigingsmiddelen op basis van een zuur. Dit is een groot misverstand, omdat een zuur reinigingsmiddel een geheel andere werking heeft. Hoe werkt dit? Een zuur reinigingsmiddel ontsmet en verwijdert kalk en melksteen dat zich hecht aan de binnen kant van een (roestvrij)stalenleiding. Omdat bijna alle melksystemen voor biggen uit kunststof bestaan heeft het geen effect op het verwijderen van melksteen en kalk aangezien dit zich nagenoeg niet hecht aan een kunststofleiding. Daarnaast maakt zuur de leidingen op langere termijn poreus. Het zuur “vreet” als het ware in op de leiding waardoor de binnen kant van de leiding beschadigd en niet glad meer is waardoor het nog moeilijker wordt een biofilm te verwijderen met alle gevolgen van dien. De ontsmettende werking van het zuur zou zeker een positief effect kunnen hebben, als de biofilm goed verwijdert zou zijn. Voor een ontsmettende werking zou ook gekozen kunnen worden voor een naspoeling met waterstofperoxide of een alkalisch reinigingsmiddel dat een ontsmettingsmiddel bevat. Er zijn reinigingsmiddelen beschikbaar die ook bij lage temperaturen een goede werking hebben een voorbeeld hier van is waterstofperoxide en perazijnzuur. 

Er worden ook regelmatig vragen gesteld over de juiste drinktemperatuur van de melk. Wat is de beste drinktempratuur en nemen de biggen meer of minder op bij een bepaalde tempratuur. Als eerste zijn wij geen voorstander van het warm voeren van melk om twee reden. Als eerste is warme melk een uitstekende voedingsbodem voor bacteriën en het verslechtert de stabiliteit van de melk, hetgeen de houdbaarheid negatief beinvloed. Ten tweede biggen overvreten zich snel met te warme melk met als gevolg diarree. We zien dit meestal bij nursery’s en hele korte circuits. Ook al wordt er gebruik gemaakt van een warmtewisselaar dan nog lukt het niet om de melk constant en boven een tempratuur van 25 graden in de cup te krijgen. De melk koelt namelijk snel af zodra het in de cup komt. Ons advies is dan ook geen gebruik te maken van een warmtewisselaar om de stabiliteit van de melk niet negatief te beïnvloeden.

 

De belangrijke tips nog even op een rijtje:

  • Maak iedere dag verse melk aan
  • Voer de melk koud, voor biggenmelk die niet koud aangemaakt kan worden eerst een gedeelte met 45 graden oplossen dan de rest koud water toevoegen
  • Reinig minimaal 2 keer per week met een alkalische reiniging of met waterstofperoxide en perazijnzuur 
  • Meet de ph van het reinigingsmiddel deze moet een waarde hebben van 12 of hoger
  • Zet vers water op het systeem als u geen melk voert
  • Kies voor een melk die geschikt is voor automatische systemen i.v.m. de conservering en stabiliteit
  • Ontsmet het systeem tussen de rondes door met waterstofperoxide en perazijnzuur

Heeft u nog vragen of wilt u een advies welke producten u het beste kunt inzetten neem dan contact met ons op. Support@swinefeed.com of telefonisch op nummer: +31 6 41093181